NIEUWS – door Rik Torfs – www.doorbraak.be .

Toch maakte ik één IJzerbedevaart mee toen ik eens uit nieuwsgierigheid naar Diksmuide fietste.

In zijn stilistisch vlekkeloos, heel persoonlijk en bij momenten ontroerend boek Ondergang beschrijft Bart Maddens het leven en de dood van de IJzerbedevaart. Het is een onderwerp waar ik in principe weinig affiniteit mee heb. Toch maakte ik één IJzerbedevaart mee, toevallig, toen ik een weekend in De Panne doorbracht en uit nieuwsgierigheid naar Diksmuide fietste.

Ik wilde het allemaal weleens zien en was wat verwonderd dat je een ‘kenteken’ moest kopen. Een veel te plechtig woord voor een toegangskaartje vond ik toen, in al mijn driestheid, lang geleden. Het moet in het begin van de jaren tachtig zijn geweest. Notaris Paul Daels was voorzitter van het comité. Ik zie hem nog staan, hoog op het spreekgestoelte, met achter hem een azuurblauwe hemel. Hij hield een bloedserieuze toespraak. Daarom herinner ik me niet meer waarover ze ging. Het beeld staat echter in mijn geheugen gegrift. Het was sterker dan het woord.

IJzertoren in Diksmuide

Ondergang

In zijn boek schuwt de scherpe observator die Bart Maddens is kritiek noch zelfkritiek. Dat gaat hier en daar gepaard met een vleugje onderkoeld cynisme. Een lichte stijlbreuk in zijn relaas, maar precies daarom prikkelend om te lezen.

Maddens stelt dat er de jongste decennia veel is veranderd en het vandaag niet langer politiek correct is om te spreken over de ‘uitwassen’ van de repressie : ‘Zelfs het woord “repressie” is aangebrand : je moet het nu hebben over de bestraffing van collaborateurs. En die gebeurde werkelijk op voorbeeldige wijze, als we de historici van vandaag mogen geloven. De collaboratie, de vergoelijking ervan, de “mythevorming” rond de repressie, de strijd voor amnestie, dat alles is één grote misdaad geworden.’

De Antwerpse dierentuin tijdens de repressie

De nieuwe collaborateurs

Toen ik deze passage las, dacht ik meteen aan de diepere betekenis van het begrip collaboratie. Niet alleen of niet zozeer de collaboratie met het nazisme. Maar de collaboratie in vredestijd, van iedereen die het vandaag dominante verhaal over de collaboratie met de nazi’s en haar ‘bestraffing’ naadloos volgt en napraat. Uit eigenbelang. Om aan die vermaledijde goede kant van de geschiedenis te staan.

Niet alleen of niet zozeer de collaboratie met het nazisme, maar de collaboratie in vredestijd

Intellectuele collaboratie met het establishment, zo zou je het kunnen noemen. Collaboratie van kleurloze academici die het geworden zijn omdat ze niet goed genoeg konden voetballen om ermee aan de kost te komen of omdat handenarbeid hun persoonlijke mogelijkheden oversteeg. Want natuurlijk verliep de bestraffing van collaborateurs niet vlekkeloos. Het getuigt van een krakkemikkig antropologisch inzicht – mensen zijn nu eenmaal geen heiligen – om het tegendeel te veronderstellen.

Rechter in Mechelen

Mijn vader was in de tijd van de repressie rechter in Mechelen. Hij maakte deel uit van krijgsraden die uit drie personen bestonden : twee legerofficieren en een beroepsmagistraat. Beslissingen werden bij meerderheid genomen. Dat liep niet altijd van een leien dakje.

Op een dag verscheen een collaborateur voor de krijgsraad. Hij zou de aangerichte schade waarvoor hij verantwoordelijk werd geacht moeten vergoeden. Dat kwam zo. Na de bevrijding kregen collaborateurs het zwaar te verduren. Geregeld werden hun woningen door woedende mensen – al dan niet halve of hele verzetslieden – bestormd. Meubilair en huisraad moesten eraan geloven.

Zo meldden ziedende lieden zich ook aan bij het huis van de collaborateur die moest verschijnen voor de krijgsraad waarvan mijn vader deel uitmaakte. Helaas, de man in kwestie bleek niet thuis te zijn. Geen nood, de inboedel van zijn woning werd dan maar in zijn afwezigheid compleet vernield.

Het is een vergissing

Alleen, het bleek om een vergissing te gaan. Niet het huis van de collaborateur werd geplunderd, maar dat van zijn geheel onschuldige buurman, die het ongeluk had evenmin thuis te zijn.

Collaboratie en repressie hebben met elkaar gemeen dat ze het slechtste in de mens de kans bieden om zich schaamteloos te veruitwendigen

Dus werd de collaborateur voor de rechtbank gebracht om de schade die de woning van zijn buurman had opgelopen te vergoeden. De redenering was helder : als hij niet met de Duitsers had gecollaboreerd, zou het huis naast het zijne nooit per vergissing zijn vernield.

Twee leden van het college van drie, de twee legerofficieren, waren meteen bereid om die scherpzinnige redenering te volgen en de collaborateur voor de schade te doen opdraaien. Mijn vader bevond zich in een minderheidspositie en had zich daar in principe moeten bij neerleggen. Maar dat weigerde hij pertinent, er zijn grenzen aan de onnozelheid. Hij bleef zich tegen de absurde visie van zijn collega’s verzetten, tot die uiteindelijk zwichtten voor de druk. Of misschien was het etenstijd en hadden ze honger.

hadden de legerofficieren “honger” … ???

Applaus voor de winnaars

Collaboratie en repressie hebben met elkaar gemeen dat ze het slechtste in de mens de kans bieden om zich schaamteloos te veruitwendigen. Het levert nog applaus op ook. Applaus van mensen die per definitie aan de kant van de winnaars staan omdat ze terecht vrezen van nature verliezers te zijn.

De stem van de rede is niet altijd die van de schijnbare meerderheid.

Rik Torfs is Belgisch hoogleraar emeritus aan de KU Leuven, kerkjurist, oud-rector van de KUL, bekend mediafiguur, voormalig christendemocratisch politicus en bekende twitteraar.

foto’s (c) Gazet van Hove.