Het antwoord hangt af van hoe je rekent
NIEUWS – door Vanille Dujardin – www.doorbraak.be .

Vorige week lagen in de Kamer drie voorstellen voor een vermogensbelasting op tafel.
Belast de Belgische overheid vermogen nu veel of weinig ? Het antwoord lijkt af te hangen van wie je het vraagt. Volgens Voka-hoofdeconoom Bart Van Craeynest haalt België al zo’n 25 miljard euro per jaar uit allerlei belastingen op vermogen. Onderzoeker Arthur Apostel van de UGent komt dan weer tot een belastingdruk van ongeveer 2 procent op het private vermogen. Twee cijfers die elkaar lijken tegen te spreken, maar allebei kunnen kloppen.
Vorige week lagen in de Kamer drie voorstellen voor een vermogensbelasting op tafel, van PS, PVDA-PTB en Ecolo-Groen. De commissie financiën organiseerde daarover een hoorzitting met onder meer Apostel en Van Craeynest. En hun uitgangspunten verschillen aanzienlijk.
Belastingen tegenover het vermogen…
Apostel begint bij de vraag hoeveel vermogen de Belgen samen bezitten. Het antwoord : bijzonder veel. Het netto private vermogen bedroeg in 2024 naar schatting 3.350 miljard euro, goed voor ongeveer 6,5 keer het netto nationaal inkomen. De rijkste 1 procent bezit volgens die berekening bijna 22 procent van de totale vermogensberg.
Om de belastingdruk te berekenen, zet Apostel de belastingen die met vermogen samenhangen af tegen dat totale netto private vermogen. Hij gebruikt daarvoor een opvallend brede maatstaf van de Europese Commissie, waarin niet alleen klassieke vermogensbelastingen zoals de effectentaks of onroerende voorheffing zitten, maar ook roerende voorheffing, erf- en schenkbelasting, registratierechten en vennootschapsbelasting. Het resultaat : een totale belastingdruk op vermogen van ongeveer 2 procent.
In zijn internationale vergelijking zit België met ongeveer 2 procent rond het Europese gemiddelde
‘In het publiek debat worden belastingen op vermogen soms afgezet tegenover het inkomen of bbp, maar dat geeft een vertekend beeld, aangezien in België de verhouding van het vermogen tot het inkomen in internationaal perspectief groot is’, zegt Apostel. Hij geeft een eenvoudig voorbeeld.
Stel dat België en een ander land vermogen allebei tegen 1 procent belasten. In België staat tegenover 100 euro inkomen 600 euro vermogen, in het andere land slechts 300 euro. Afgezet tegen het vermogen is de belastingdruk in beide landen identiek : 1 procent. Maar wie de belastinginkomsten tegenover het inkomen zet, krijgt voor België een cijfer dat dubbel zo hoog ligt. Dat is volgens Apostel precies waarom de keuze van de noemer zo belangrijk is : België heeft niet alleen veel belastingen op vermogen, maar vooral ook heel veel vermogen. In zijn internationale vergelijking zit België met ongeveer 2 procent dan ook rond het Europese gemiddelde.

…of tegenover het bbp
Van Craeynest bekijkt dezelfde problematiek vanuit een andere hoek. Hij begint niet bij de totale vermogensberg, maar bij wat al die belastingen de overheid daadwerkelijk opleveren. ‘Wij halen ongeveer 25 miljard euro per jaar uit belastingen op vermogen’, zegt de Voka-hoofdeconoom. ‘Dat komt overeen met ongeveer 4 procent van het bbp. Daarmee behoort België tot de Europese landen die het meeste inkomsten uit vermogens-gerelateerde belastingen halen.’
Ook zijn definitie is breed : Van Craeynest maakt onderscheid tussen belastingen op inkomsten uit vermogen, zoals de roerende voorheffing, belastingen op bezit, zoals de onroerende voorheffing en effectentaks, en belastingen op transacties en overdrachten, waaronder de beurstaks, registratierechten en erfbelasting.
Maar ook hij waarschuwt dat hoge inkomsten niet automatisch hetzelfde zijn als een hoge effectieve belastingdruk. ‘Dat kan zijn omdat we heel veel vermogen hebben, omdat er veel transacties zijn of omdat de tarieven hoog zijn. Op basis van die ontvangsten alleen kun je daar geen uitspraak over doen.’ Daar zit meteen de sleutel tot de schijnbare tegenstelling : Apostel vraagt hoeveel belasting er wordt geïnd per euro vermogen, terwijl Van Craeynest kijkt hoeveel de overheid uit vermogens-gerelateerde belastingen ontvangt in verhouding tot de omvang van de economie.

Wat zegt dat over de rijksten ?
Daar zit een tweede probleem : geen van beide cijfers vertelt hoeveel de rijkste Belgen daadwerkelijk aan belastingen betalen. Nochtans bestaan er cijfers die op het eerste gezicht wel iets zeggen over wie de belastingfactuur draagt. Uit een berekening op basis van Statbel-cijfers voor 2022 blijkt dat de 10 procent hoogste inkomens ongeveer 38 procent van de personenbelasting betaalden. De helft met de hoogste inkomens was samen goed voor bijna 89 procent.
Maar hoeveel iemand in euro’s bijdraagt, is iets anders dan zijn effectieve belastingdruk
Maar ook die cijfers moeten voorzichtig worden geïnterpreteerd. De Statbel-statistieken zijn gebaseerd op aangiften in de personenbelasting, waarin vermogensinkomsten grotendeels ontbreken. Volgens Apostel gaat het daardoor eerder om de top van de arbeidsinkomens dan om de werkelijke top van de inkomensverdeling.
Zowel Apostel als Van Craeynest maken hetzelfde onderscheid. Volgens Apostels schattingen bezit de rijkste 1 procent bijna 22 procent van het totale private vermogen, maar hoeveel belastingen die groep daarop daadwerkelijk betaalt, kan vandaag niet precies worden berekend. Bovendien is zijn 2 procent een macro-economische verhouding voor de volledige Belgische vermogensberg, en zegt die weinig tot niets over de belastingdruk aan de top van de verdeling. Dat mensen met de hoogste inkomens in absolute bedragen meer belastingen betalen, vindt Van Craeynest ook weinig verrassend. ‘Maar hoeveel iemand in euro’s bijdraagt, is iets anders dan zijn effectieve belastingdruk.’

Miljarden te rapen
Over de opbrengst van een bijkomende vermogensbelasting lopen hun inschattingen duidelijk uiteen. Apostel rekende de drie voorstellen uit de Kamer door. Wanneer rekening wordt gehouden met gedragsreacties, komt Ecolo-Groen uit op 2,7 tot 3,2 miljard euro per jaar en PS op 2,2 tot 2,7 miljard. Voor PVDA-PTB bedraagt de vork 4,1 tot 8,3 miljard euro. De 11,7 miljard die soms wordt genoemd, is het theoretische scenario waarin belastingplichtigen hun gedrag helemaal niet aanpassen. Apostel nuanceert : ‘Er is wel degelijk een risico op ontwijking of ontduiking, zoals bijvoorbeeld verschuiven van vermogen of migratie naar het buitenland. Maar dat risico is in grote mate beleidsafhankelijk.’
Van Craeynest plaatst grote vraagtekens bij zulke miljardenopbrengsten. Hij wijst op de internationale ervaring met vermogensbelastingen : ‘Als je kijkt naar de landen die zo’n netto vermogensbelasting hebben of gehad hebben, bracht die gemiddeld ongeveer 0,2 procent van het bbp op.’ Omgerekend naar België is dat ongeveer één miljard euro. De veel hogere bedragen die vandaag worden genoemd, vindt hij daarom moeilijk te rijmen met wat belastingen elders historisch hebben opgebracht.
Bovendien vreest de econoom dat niet de volledige economische impact wordt gevat. ‘Er moeten niet heel veel ondernemers of investeerders vertrekken, of beslissen om minder te investeren, om de economische schade snel te zien oplopen.’
Daarmee blijft een merkwaardige vaststelling over. In het politiek debat wordt zowel beweerd dat de rijkste Belgen vandaag te weinig bijdragen als dat ze al zwaar worden belast. Voor beide kampen bestaan cijfers die op het eerste gezicht overtuigend klinken. Alleen meten ze niet noodzakelijk hetzelfde.
Vanille Dujardin is zelfstandig journalist en schrijft al drie jaar voor diverse Belgische kranten, weekbladen en websites. Haar scherpe pen en nieuwsgierige blik focussen zich vaak op politiek en maatschappelijke thema’s. Sinds 2025 werkt ze voor Doorbraak, waar ze haar passie voor politiek en journalistiek ten volle inzet.
foto’s (c) Gazet van Hove.

